Oecumenische vieringen

Twee maal per jaar is er een oecumenische viering van onze parochie in samenwerking met de Protestantse Gemeente in Sittard. Een viering wordt gehouden in januari tijdens “De week voor de Eenheid van Christenen” en de tweede in het najaar.

Deze oecumenische viering vindt afwisselend plaats in onze kerk en in de Johanneskerk, die gelegen is aan de Mgr. Vranckenstraat 9. Eén van de voorgangers van de kerk waar de dienst die dag wordt gehouden heeft de leiding van de dienst, en er wordt dan gepreekt door iemand van de andere kerk. De dienst krijgt evenals andere diensten altijd een thema mee dat de leidraad zal zijn. Vertegenwoordigers vanuit beide kerken bereiden de dienst voor. Zij kiezen de lezingen en maken de gebeden. Het streven is, dat de gezangen in beide kerken bekend zijn. Het wordt zo een gezamenlijke viering van christenen die elkaar herkennen als geestverwanten, die zich gevoed weten vanuit dezelfde bron.  

 

Een ander oecumenisch initiatief is de vespermaaltijd in de Veertigdagentijd:

Gedurende de Veertigdagentijd wordt er drie maal een sobere maaltijd gehouden door mensen van beide kerkgemeenschappen om elkaar te blijven inspireren en te bemoedigen. De maaltijd wordt ter bezinning omlijst met liederen en gebed.

Deze maaltijden worden afwisselend gehouden in een ruimte van de Johanneskerk of onze parochie. De vrijwillige financiële bijdrage van de deelnemers wordt, na aftrek van de kosten, aan een passend doel beschikbaar gesteld. 

 

 

 

OECUMENISCHE VIERING 26 september 2021 OVERWEGING

Mede-christenen,

Goed om elkaar weer te zien, elkaar weer te ontmoeten. Zo was de stemming bij de voorbereiding van deze viering. Gelukkig, we kunnen onze traditie van gezamenlijk bidden en vieren weer oppakken. Elkaar ontmoeten en ook zingen. Dat was de laatste tijd nogal een ding. Ik heb van onze oecumenische broeders en zusters geleerd dat dit ‘ingetogen’ moet zijn, volgens de laatste stand van zaken. Benieuwd hoe dit klinkt. En dan de kaarsen, hier twee op de tafel, die elkaar aansteken, elkaars geloof belichten. Oecumene in optima forma!.

Want U weet het; de liturgie is een ‘heilig spel’, waarin we mogen danken en denken, maar het is ook een ernstig spel. We komen niet voor niets rond de Vredesweek bij elkaar. En het thema dat ons rond vrede bezighoudt – en dat is niet voor de eerste keer – is: Wat doe jij in vredesnaam? Een thema, dat een appel doet op onze verantwoordelijkheid. En de richting waarin we gevraagd worden te denken is die van de inclusieve samenleving, een samenleving die niemand buitensluit, maar integendeel ieder omarmt die er bij wil horen, die er deel van uitmaakt.

Ik hoef u niet te vertellen dat dit een zwaar en indringend thema is. En u de bedreigingen te schetsen die deze inclusiegedachten bedreigen. Van buiten af de zwarte wolken, als gevolg van de brandhaarden aan de uiteinden van Europa. Natuurbranden, maar ook menselijke, humanitaire rampen die zich afspelen. Maar ook bedreigingen van binnen uit. Groepen die terecht hun plaats willen innemen, de lhtb + gemeenschap, terecht. Hoewel soms harde eisen, zoals rond taalgebruik, soms weer niet bevorderlijk zijn voor die inclusie.

Wat doe jij in vredesnaam? Wat wil je en kan je doen? Hoe kunnen we elkaar daarin ondersteunen, bemoedigen en inspireren, als geloofsgemeenschap, als leden van een christen-gemeente? Misschien wordt die vraag wat lichter als we onszelf bezinnen op onze ‘core bussiness’, om maar een onkerkelijk woord te gebruiken. En die is: kijken met de ogen van het geloof. Kijken met de ogen van het geloof naar mensen, naar deze wereld. Kijken met de verwondering van een kind, dat nieuwsgierig is en blijft, experimenteert en de grenzen van zijn kunnen opzoekt, en nieuwe mogelijkheden ontdekt. Zoals de protestantse gemeente in de afgelopen periode gezocht heeft, gewikt en gewogen en nu boven het fusieproces de spreuk hangt; “een nieuw elan”. Zoals op de kerkmuur van Vrangendael in alle wisselingen de jaarspreuk hangt: ‘Durf te vertrouwen, juist nu’. Wie de bijbel een beetje kent, weet dat er soms rake dingen op muren geschreven staan. Hier in positieve zin.  Deze motto’s zouden elkaar kunnen aanvullen, oecumene in optima forma!

De Vlaamse spraakmakende kerkjurist Rick Torfs heeft een boek geschreven onder de titel; ‘De kerk is fantastisch!’. Een titel, die waarschijnlijk niet alleen bij mij enige weerstand oproept. Hoe zo fantastisch? Je hoeft toch geen groot geleerde te zijn om te zien hoe het op dit moment met de kerken, dus met ons vergaat. Wat ze met zich meesleept aan toestanden uit het verleden, waarmee ze steeds weer wordt geconfronteerd. En afgezien daarvan; wij zijn maar een bescheiden onderdeel geworden van de maatschappij..

En toch nodigt zo’n prikkelende titel uit tot lezen, en dat is natuurlijk de bedoeling van de auteur en de uitgever. Als kerkjurist weet deze Torfs hoe het in de kerk – hij beperkt zich overigens tot de roomskatholieke kerk – mis kan gaan, en schrijft daar uitgebreid over. Maar toch; er zijn twee elementen waarin kerken – wij dus – iets kunnen betekenen; dat is het bieden van gastvrijheid en het openhouden van wat ons te boven gaat, met een katholiek woord transcendentie genoemd. Gastvrijheid: ieder is welkom, uiteraard met de beperkingen die daarbij horen Maar maatschappelijk wordt misschien naar je vaccinatiebewijs gevraagd, in de kerk niet naar je geloofsbrieven. Je mag er zijn, met al je geloof, je hoop, je liefde – je angst en je twijfels. Je mag gezien en gehoord wordt. En transcendentie, een woord dat niet ‘zweverig’ is, en weghoudt van de aardse werkelijkheid, maar doet aanvoelen, dat niet alles te vatten is in termen van ‘functie’  of ‘nut’. Zoals zingen in een viering een functie heeft als onderbreking van het woord of nuttig is voor onze ademhaling, maar het is veel meer, waardoor we soms kunnen verzuchten: het is prachtig, het is mooi, het heeft me geraakt.

Vanuit deze gastvrijheid en het openhouden van de werkelijkheid voor nieuwe en soms verrassende ervaringen kunnen we de verbinding zoeken; met onszelf en met wat ons uitdaagt buiten ons. En laten we wel wezen; deze gastvrijheid en openheid heeft de diaconale betrokkenheid van onze gemeenten vindingrijkheid en creativiteit gegeven. En langdurige verbintenissen met mensen. Laat ik het eens zelfbewust zeggen: we hoeven onszelf niet op de borst te kloppen, maar we hebben veel in huis. In de laatst gehouden viering werd aan de aanwezigen gevraagd om te reageren op de uitdagende oproep; ‘ kom uit je bubbel’. Die reacties werden verzameld in een schatkistje, met de belofte daar iets mee te doen. Een schatkistje, mooi uitgevoerd, dat ons als een soort tijdcapsule verbindt tussen verleden, heden en toekomst. Na deze overweging mag u een inkijkje hebben in de inhoud, dat wat mensen als hun ‘schat’ kwijt wilden, wat ze wilden bewaren, en in het midden van ons samenzijn wilden leggen. Wat geschreven is, sluit heel goed aan bij de gedachten over gastvrijheid en transcendentie. Zowel naar elkaar als geloofsgemeenschappen, als naar buiten – wat ons daar raakt, en wie op ons een beroep doet. Het is met weinig woorden soms treffend opgeschreven.

Bij dit alles kunnen we onze inspiratie ontlenen aan het evangelie van Marcus, de lezing van vandaag. In het voorafgaande hoofdstuk heeft Jezus de indringende vraag gesteld, wie hij voor zijn leerlingen is. En de gang naar Jerusalem is ingezet. Daarmee worden twee thema’s zichtbaar, die ook terugkomen in de lezing van vandaag; macht en lijden. De boodschap van het Rijk Gods, die verborgen werkelijkheid die niettemin werkzaam is vanuit ons geloven, is volstrekt niet onschuldig. Het stuit op weerstand, op de machten van deze wereld, die in hun slechtste vorm niet uit zijn op inclusie, maar exclusie, uitsluiting van alles wat de heersende toestand bedreigt. Maar hier zien we  hoe pijnlijk ook- dat die machtsvraag ook binnen de kring van leerlingen speelt. Maar daar lopen ze niet mee te koop, het speelt onderhuids. In de tekst staat het veelbetekenend: ze zwijgen, de machtsvraag blijft verhuld, zoals zo vaak,  Maar Jezus doorziet dit, en geeft hen te denken  over  eersten en laatsten. Daarover zongen wij. Meer nog, Jezus maakt een veelzeggend gebaar; hij omarmt een kind en zegt: ‘wie in mijn naam een van dergelijke kinderen onderdak verleent, geeft mij onderdak, en wie mij in huis neemt, neemt niet mij in huis, maar degene die mij gezonden heeft’. (Marcus 9,36). In het omarmen en opnemen van het kwetsbare mogen we iets ervaren van het Godsgeheim. Het goddelijk geheim dat in leven, werken, dood en verrijzenis van Jezus, zo geloven wij, ons tot voorbeeld en redding is.

Daar moeten we het mee doen. Kijken naar mensen vanuit geloof – hun en onze kwetsbaarheid erkennen, en opnemen. Niet naïef, want we weten van macht en lijden. Niet alles wat we in vredesnaam zouden willen, kan ook – sommige initiatieven mislukken door allerlei oorzaken. Maar Jezus’ gebaar blijft ons verrassen (waar haalde hij ineens dat kind vandaan? Geen exegeet die het weet. Maar het was er, en zal er altijd in ons midden zijn.).En het zet ons, hoe bescheiden ook, ons weer in beweging om kwetsbaarheid te omarmen. In vredesnaam. Laten we dat alles overwegen, terwijl we onder het zingen/orgelspel/ in stilte naar onze schatten. Want waar uw schat is, daar is uw hart (Matth. 6,21). Zo staat geschreven.

REN LANTMAN, 26 september 2021, Johanneskerk Sittard

 


OVERWEGING    

Oecumenische viering in de kerk Christus 'Hemelvaart

Ter overweging 29 sept. 2019 Oecumenische viering

Thema: Kom uit je bubbel         Amos 6, 1a.4-7   Lc. 16, 19-31

 

Lieve mensen,

Er ligt vanmorgen een verhaal in ons midden, vól met contrasten en tegenstellingen,

én met een duidelijke aansporing..

Rijkdom en gerechtigheid, zo hebben de vertalers van de nieuwe bijbelvertaling boven dit hoofdstuk gezet. Het zijn woorden die mij de afgelopen dagen nogal hebben bezig gehouden.. Rijkdom en gerechtigheid.

En ik kan ze op allerlei manieren aan ons verhaal linken..

Twee hoofdpersonen vinden we in ons verhaal, in het eerste deel:

Er is een rijke man, gekleed met purperen gewaden en fijn linnen

En er is een bedelaar, overdekt met zweren

Er is iemand die dagelijks uitbundig kan feestvieren

En een mens die alleen maar kan ‘hopen’

Er is een ‘boven de tafel’, een rijkgevulde tafel

En een ‘onder de tafel’, waar de resten liggen, dat wat overschiet

En er zijn ongetwijfeld feestvierders

die meedelen en meeprofiteren van de overvloed van de rijke

En er zijn de honden die de bedelaar gezelschap houden

en zijn aangetaste, en onreine lijf likken.

Blijkbaar is er verder niemand om ze weg te jagen..

Het wordt ons in deze parabel heel duidelijk gemaakt:

Hier is sprake van twee leefwerelden die elkaar niet raken,

al zijn ze nog geen steenworp afstand van elkaar verwijderd.

De rijke zal regelmatig langs de arme lopen,

die immers voor de poort van zijn huis ligt.

Maar het lijkt er niet op dat er enige vorm van verbinding is, of van contact,

of van mededogen van de kant van de rijke.

En de arme horen we eigenlijk niet

Lamgeslagen, misschien wel letterlijk en figuurlijk.

Verder dan hopen komt hij dus niet..

Die rijke man, ziet hij de bedelaar dan niet?

Maakt zijn rijkdom blind?

Of praat hij zijn overvloedigheid goed?  

‘zo is het nu eenmaal’, de armen zullen er altijd zijn..

Of, weet hij niet beter?

Misschien heeft hij het helemaal niet door, hoe idioot en schrijnend deze situatie is.

Misschien wel opgegroeid met een zilveren lepel

Opgevoed met eigen normen en waarden passend bij zijn bevoorrechte positie,

weet hij niet beter..

Je zou kunnen zeggen, wat valt hem dan te verwijten?

Wat zou de rijke hebben moeten doen, wat hij níet gedaan heeft..?

Het tweede deel van de parabel lijkt daar een antwoord op te geven.

We hebben gelezen hoe eerst Lazarus sterft en door engelen wordt weg gedragen

(Misschien was er verder wel geen mens die meer naar hem omkeek..

je hoort zo af en toe wel zo’n bericht dat er iemand al een tijdje dood in huis ligt, alsof die persoon buiten alle netwerken is gevallen, om welke reden dan ook, het zijn in ieder geval altijd berichten die mij raken..)

En vervolgens sterft ook de rijke, en hij wordt begraven.

Met veel poespas ongetwijfeld, en in ieder geval zijn broers, waarover we later horen, erbij..

Maar na de dood blijkt de situatie van voor de dood volledig omgekeerd te zijn.

Nu is het de rijke die als het ware ‘bedelt’.

De rijke die overigens anoniem blijft.

Terwijl de arme direct al een naam krijgt: Lazarus, Eleazar, wat betekent:

God heeft geholpen.

Laat deze naam alsjeblieft geen pleister op de wond zijn..

wacht maar, ná de dood komt alles goed..

wat zijn daar vaak mensen mee gesust, om te berusten in hun lot,

of het lot van anderen goed te praten..

Om de naam ‘God heeft geholpen’, meer dan één betekenis te geven

buigt zich het verhaal om,

tot een verhaal met wel een heel duidelijke waarschuwing:

Want nu is het de rijke die hevig wordt gekweld,

in een plek van veroordeling en vertwijfeling

En het is Lazarus die aan Abrahams hart rust..

Troostvol en eervol, bij de oervader.

Lazarus is verder een figurant.

Er volgt een gesprek tussen de rijke en Abraham zelf.

Op een manier die ik trouwens wel weer heel typisch vind:

Abraham, heb medelijden…

Met jou wel..? (waar was jouw medelijden met Lazarus..?)

En vervolgens:

stuur Lazarus naar mij toe, al was het maar met een drupje water want ík lijd pijn.

Zelfs nu weet de rijke zichzelf nog als middelpunt te maken

En zou hij het niet meer dan logisch vinden wanneer nota bene Lazarus hém te hulp komt..

Ik werd hier wat boos van, eerlijk gezegd

En toen ik dit beeld op mij in liet werken

moest ik denken aan onze wereldkaart, zoals wij die hier in Europa kennen.

Europa in het midden, de andere continenten daar omheen gegroepeerd.

Toen ik voor het eerst een wereldkaart zag met Afrika in het midden,

dat was jaren geleden tijdens een studieperiode in een internationale groep,

was ik totaal mijn oriëntatie kwijt, nogal een eye-opener

En ik bedacht toen voor het eerst,

hoe gemakkelijk het is om eraan te wennen vanuit de eigen positie te denken.

Vanuit de eigen waarden en gewoonten..

En dat is misschien nog niet eens zo verkeerd, zo werkt het gewoon

Maar hoe de valkuil dan op de loer ligt

om anderen vervolgens als marginaal aan de eigen leefwereld te gaan zien,

Misschien wel onbedoeld, gewoon omdat je niet anders weet, of gewend bent,

of niet anders hebt geleerd..

Ik ontdekte tóen dat ik eigenlijk in een soort bubbel leefde.

Mijn europees georiënteerde bubbel.

En het heeft mij toen heel erg geholpen om vooral veel contact te hebben met anderen, hun verhalen en ervaringen te horen, om vanuit andere perspectieven te leren zien.

En ik vraag mij af in hoeverre dat leven in een ‘bubbel’ bijvoorbeeld ook een rol speelt bij de discussie over onze omgang met vluchtelingen.

Het blijkt voor mensen op de vlucht héél moeilijk om door onze Europese bel heen te prikken. En ik weet hoe ingewikkeld dit allemaal is, ook politiek gezien

Maar vanuit menselijk oogpunt is het onbegrijpelijk dat we met elkaar dulden of goedpraten wat er gaande is in de wereld..

Wat er gebeurt aan de poort van onze, laten we wel wezen, vaak comfortabele leefwereld.

Hoe kunnen we de ongelijkheid zien gebeuren in zo’n parabel denk ik dan,

en niet in onze eigen samenleving?

Is die te complex? Sussen wij onszelf in slaap?

Vergoelijken we ons handelen teveel?

Zitten we teveel in onze eigen bubbel?

Met mensen, informatie en gedragscodes  die in ons straatje passen?

We weten inmiddels hoe het werkt bij de sociale media:

hoe volgens een algoritme dat inspeelt op de eigen wensen en het huidige leefpatroon

berichten geselecteerd worden en een heleboel informatie buiten de deur blijft.

Om úit onze sociale bubbel te komen, met ons gedeelde gelijk,

om uit onze eigen beperktheid te komen

hebben we andere geluiden en andere gezichtspunten juist nódig.

Maar dat blijkt best nog wel een hele toer..

Om ze te verkrijgen, én om ze toe te laten..

En laten we wel wezen.

Als je in je bubbel zit, zie je niet zo goed wat daarbuiten allemaal gaande is..

Maar nu terug naar ons verhaal.

In antwoord op het smekende,

maar in mijn ogen ook wel wat gebiedende verzoek van de rijke,

stelt Abraham heel helder:  Jij hebt je deel al gehad, jij hebt je kansen al gehad..

En bovendien, er ligt een kloof tussen jou en Lazarus, die niet te overbruggen is.

Nu níet meer

Ja, bij leven bleek er ook een kloof, die bubbel dus

-Had hij dat toen maar beseft.., toen hij er nog wat mee kón..-

Maar nu is er geen weg meer terug. Er is geen verlichting.

Dat is nogal een harde boodschap..

De rijke man heeft snel door dat híj niet meer te redden is,

maar misschien zijn broers dan nog. Kunnen zij gewaarschuwd worden?

(door Lazarus, jawel..hij moest maar van de doden naar hen toekomen..)

Ik smeek het u!

Nood leert bidden.. En niet eens voor zichzelf dit keer..

Ik hoor ook wel een verwijt: Had ik het maar gewéten!

Als God nou eens niet zo vaag en cryptisch was geweest..

Geenszins vaag:

ze hebben Mozes en de profeten! laat Abraham weten

Voor ieder van de vijf broers een boek van de Tora, vol met leefregels.

Maar vooral die ene: Heb je naaste lief als jezelf (en God boven alles)

Oftewel: dien God door je over je naaste te ontfermen.

Dat moet toch genoeg zijn.

Als je je hierdoor niet laat prikkelen, laat gezeggen,

als je je hierdoor niet de weg laat wijzen,

voor je dagdagelijkse leven,

met al zijn uitbundige en feestelijke momenten

en met al zijn kruispunten, struikelpunten en keuzemomenten..

dan ook niet door iemand die uit de dood opstaat..

Mooi hoe Lucas deze vraag van de rijke dan net wat anders formuleert

en zo naar de Opgestane zelf vooruit verwijst,

die leefde zoals de Eeuwige zag dat het goed was

Ja, in deze parabel wordt het scherp gesteld.

Die rijke, die zit daar nog.. nog steeds

Maar let wel: verlossing, bevrijding, het eeuwige geluk

Het ligt niet alleen in de hand van God

(en gaat niet alleen over ná dit leven, het gaat over vandaag)

Het vraagt om inspanning, het vraagt om openheid van de mens

Kom uit je bubbel! -  Leef bewust

Leef met het besef dat je samen-leeft,

Heb compassie

Wees niet zo achteloos! Of argeloos

Alsof we het niet zien welke uitdagingen letterlijk op onze stoep liggen:

Over arm en rijk- vrede en tevreden- balans en onbalans

En zoals ook onze omgang met de schepping en haar bronnen,

vrijdag weer een grote klimaatmars, van met name jonge spijbelaars

Mooi trouwens hoe Paus Franciscus zich hierin ook mengt,

dat we het enorme vraagstuk niet kunnen negeren

Alsof we maar door kunnen gaan met ons wentelen in de overvloed, met onze verspilling, met onze gemakzucht.

Welke erfenis willen we eigenlijk achterlaten..? voor onze kinderen en kleinkinderen..

zo spraken we erover in onze voorbereidingsgroep

En ja, onze profeet Amos wist ook van donderpreken..

Maar vergeet niet dat ook hij uiteindelijk wil verbinden

Ondanks de sfeer van onze teksten..toch denk ik dat angst geen goede raadgever is,

hoewel een flinke waarschuwing op zijn tijd geen kwaad kan.. nodig is

Ook de ander willen zien, daar begint het mee

Kom uit je bubbel!

Ja, laten we dat proberen en elkaar daarbij helpen.

 

Irene Pluim

 


 

Oecumenische viering in de kerk Christus 'Hemelvaart 

Zondag 25-09-2016    10.30 uur

 

Lieve mensen
We zijn al een heel eind onderweg in het jaar van de Barmhartigheid. Veel moois is er over dit bijbelse begrip gezegd en geschreven. Dit buitengewone ‘jubeljaar’, zoals dat heet in katholieke kringen zou volgens Paus Franciscus moeten leiden tot een ‘revolutie van tederheid’, mooi om dit te benoemen in deze vredesweek.. Toen ik deze omschrijving nog weer las, besefte ik hoe dit woord ‘tederheid’ zo weinig in de mond genomen wordt en ook in zo’n schril contrast staat met de werkelijkheid van onze wereld.

Teder. Dat is nu niet direct een woord dat in mij opkomt als ik om mij heenkijk, als ik de nieuwsberichten uit binnen-en buitenland lees en zie, als ik de troonrede hoor. Tederheid is een woord uit verre verten lijkt het wel, en komt bijna wereldvreemd over. Maar het is ook een woord dat allerlei verlangens wakker roept. Over mensen die voorzichtig, ‘teder’, respectvol met elkaar omgaan. En als dat gebeurt, kan ik mij zomaar voorstellen dat de wereld er totaal anders uit komt te zien. Want teder is niet onverschillig, maar juist heel betrokken, teder is niet ongastvrij, maar juist open gericht op de ander. Teder sluit geweld en verharding uit. Durven wij dan naast ‘barmhartigheid’ dit woord wel in de mond te nemen? Teder is nóg weer een stap verder..

Toen ik het verhaal van vanmorgen weer doorlas, over de slapende Jakob, zijn hoofd op een steen, resoneerde het woordje teder daarin voor mij mee. Wie slaapt lijkt immers onschuldig.

Maar, zo onschuldig wás Jakob helemaal niet. Hij had zijn net iets oudere broer Esau overtroefd met de zegen voor de eerstgeborene. En in deze hele broedergeschiedenis zou ons deze wending ook niet moeten verbazen, want de rivaliteit begon al in de baarmoeder. Het was een ‘accident waiting to happen’. En nu denk ik dat de opvoeding van beide broers ook niet echt heeft meegeholpen. Als ouders zo duidelijk hun favorieten hebben, doet dat iets met je eigen beeldvorming. En ook culturele en religieuze gewoontes kunnen mensen, niet altijd bedoeld, tegenover elkaar stellen.

Het hele verhaal is deel van een geschiedenis over volkeren. Hoe ze samen ontstaan, hoe ze uit elkaar groeien, hoe ballast ontstaat en… hoe levens uiteindelijk gelouterd worden. Ook zo’n prachtig rijk begrip, gelouterd. Maar in ons verhaal van vanmorgen ís het nog niet zover.

Jakob is een vluchteling geworden, in een grensgebied terecht gekomen. Hij verlaat zijn geboortegrond om naar elders te gaan en daar een doorstart te maken. Goedbeschouwd is hij dus dader en slachtoffer tegelijkertijd. Maar we hoeven hem niet direct te verontschuldigen. Hij heeft bedrogen, hij heeft fouten gemaakt, hij heeft als mens nog veel te leren.. Een ‘schlemiel’ was hij, las ik ergens, het jiddische woord voor een domkop, een slappeling..

En toch maakt de Eeuwige zich aan hem bekend, op deze plek, zo vertelt het verhaal ons. Een droom, een ladder, engelen.. Het beeld spreekt tot de verbeelding.
Op verschillende niveaus kan er bij deze droom uitleg gegeven worden.

De ladder kan voertuig zijn van de stille gebeden van Jakob, die hij in zijn nieuwe onzekere positie naar boven zendt, en met de engelen zou dan hulp naar beneden komen. Een vertrouwensvol beeld van gebeden die verhoord worden.

Of anders begrepen: in de Joodse traditie zou het beeld van de ladder suggereren dat de persoonlijke beschermengel van Jakob opstijgt om plaats te maken voor andere engelen, die gericht zijn op het buitenland. De gedachte bestond toen namelijk dat ieder gebied onder de hoede staat van een hemels legioen. Dat verschillende teams van engelen het aardse in het oog houden. De ladder is dan hier het beeld dat de hémel Jakob niet heeft verstoten, God zelf gaat met hem mee, als een metgezel in het onbekende. Oók een beeld van gezien worden, gehoord worden..

De ‘verbinding’ die de ladder maakt tussen aarde en hemel doet mij trouwens ook denken aan een ander verhaal uit Genesis. Over de hemeltoren. De toren van Babel. Een toren die nu juist vervreemding en verdeeldheid veroorzaakte. Maar bij deze hemeltoren, hemelladder, gaat het om verbondenheid en betrokkenheid. Het is haast een soort ‘antwoord’ op dat eerste verhaal..

Stuk voor stuk prachtige en zinvolle duidingen van dit tekstgedeelte. Maar heel graag wil ik daar nog een rabbijnse uitleg over dit verhaal naast leggen, die mij heel erg aanspreekt. Een uitleg die verhaalt over ‘nieuwsgierige engelen’, die Jakob al van verre hebben zien aankomen. Engelen die zich over de slapende Jakob heenbuigen en hem zien als wie hij is: een vluchteling met een hele geschiedenis achter zich en een nog lege toekomst voor zich.

Het zal niet echt een mooi plaatje geweest zijn. Misschien zagen ze ook wel de onzekerheid, het bedrog, de menselijke fouten, de armzaligheid. En met dit verkregen beeld stijgen de engelen weer op. Maar daar, boven, in de weerglans van de troon van de Eeuwige, schittert dan nog een ánder beeld, het beeld van een mens die Gods beloften draagt, een mens die ‘geliefd mens’ genoemd mag worden. En verward over dit totaal andere beeld dalen de engelen dan weer af, om nóg eens te kijken. Is dit één en dezelfde? Ze bukken nog eens, voelen ontferming opkomen, want in de hemel zien ze hoe deze Jakob, zwerver, vluchteling, ook bemínd mens is.

Geweldig vind ik deze uitleg. Geweldig en hoopvol vind ik het hoe hierin naar voren komt dat God, dat de Eeuwige altijd en steeds weer het ‘goede’ in een mens bedenkt, naast alle misere en wat er aan brokstukken en tekortkomingen bestaat. Dat er bij God, in de hemel, beelden van mensen bestaan waarin ze boven zichzelf uitstijgen. Waarin mensen in hun volle glorie tot hun recht, tot hun bestemming komen, waarin potentie is, mogelijkheid.  Waarin vernieuwing een plek kan hebben. Waarin er géén ruimte is voor  ‘laat ook maar, dat wordt toch nooit meer wat’. Want is dat niet een zienswijze die slechts zou blokkeren? Wat is er nog mogelijk als je als mens afgeserveerd wordt?

Want ja, dat gebeurt. Dat is wat mensen onderling meer dan eens doen, elkaar afserveren. Het beeld dat je van een ander hebt kan zich heel gemakkelijk vastzetten. De ander kan dan geen kant meer op, kan geen positieve indruk meer maken. En dat is wat mensen doen met situaties die hen boven het hoofd groeien: Verharden, terugslaan, uitsluiten. Zoals we ook bij sommige partijen zien gebeuren in het maatschappelijk debat over vluchtelingen.
Beelden ontstaan natuurlijk niet zomaar. Esau en Jakob hebben elkaar gekwetst, al een leven lang, voordat het tot een ontknoping kwam. Of misschien was het de ambitie van de een versus de onverschilligheid van de ander, waren het de botsende karakters, de verschillende leefgewoonten, de afwijkende inzichten. Was het de eerder genoemde opvoeding, de heersende cultuur. Nature/nurture..

Beelden ontstaan niet zomaar, daar zit altijd een verhaal of een ervaring achter. En in dat kader wil ik nog verwijzen naar een nieuw appel dat gedaan is vanuit de euregionale werkgroep voor vluchtelingen. Waarin onder andere staat dat we vluchtelingen niet moeten zien als gevaar, maar als mensen die in gevaar zíjn. Niet als bedreiging, maar als mensen die bedreigd wórden. Maar er wordt ook benadrukt hoe onze beeldvorming over de ander, angst die daarbij kan meespelen en niet zelden ook onwetendheid, niet weggestopt moet worden, maar ook bespreekbaar moet zijn. Hoe kunnen er anders processen op gang komen? De opvang van vluchtelingen doet een beroep op onze barmhartigheid en tegelijkertijd bestaat er bij mensen ook de angst dat de vrede in de eigen samenleving onder druk komt te staan..

Op de problemen van onze huidige wereld zijn geen snelle en gemakkelijke antwoorden.  Daarmee wil ik vandaag niet scoren. Ook niet op deze vredeszondag. Maar daarvoor komen we volgens mij vandaag ook niet.

Vandaag mag een van die dagen zijn waarop we met elkaar in gebed zijn. Vandaag voelen we ons heel nadrukkelijk betrokken bij wie letterlijk hun land hebben verlaten, of wie zich ontheemd voelen in hun eigen levenssituatie en dat kunnen wij ook zélf zijn..
Biddend en zingend verlangen we met elkaar naar een wereld omgekeerd. Beleven en delen wij ons geloof, onze hoop, ons vertrouwen. En laven wij ons aan bronteksten, zoals het verhaal vandaag van de droom van Jakob.

Ik lees dit verhaal als een verhaal vol barmhartigheid én.. tederheid
We moesten eens weten welk beeld van ons bij God bestaat..
Welke mogelijkheden God voor ons ziet, en dus ook voor de wereld in zijn geheel

Daarom vandaag een kleine ‘grootse’ boodschap, een boodschap dicht bij huis:
Ik mag mij optrekken, wij mogen ons optrekken aan de liefde die God voor ons heeft.

En als we onszelf op die goddelijke manier durven zien..
Wat mag dat dan betekenen voor ons beeld, onze omgang met de ander?

 

Irene Pluim

 


TER OVERWEGING   Joh. 4:  4-30;   39-42 
Oecumenische viering in de Johanneskerk 

Zondag 18-1-2015    10.00 uur   Thema: Dorst

 

“Suzanne komt binnen. Ze loopt meteen door naar de keuken. Ze pakt een glas en zet de kraan open. Twee keer laat ze het glas vollopen en drinkt ze het weer leeg. ‘Zo’, zegt ze dan, ‘daar was ik aan toe. Ik had hard gefietst in de wind.’” Dorst...

 

Het thema ‘dorst’ wordt ons aangereikt vanuit Brazilië. In grote delen van het land is de temperatuur hoog, en de waterbehoefte daardoor groot. Het is een land met grote verschillen tussen bevolkingsgroepen, met veel verschillende kerken, met een groeiende intolerantie en steeds meer geweld. In alle opzichten een land waar het evangelieverhaal van vandaag herkenbaar is voor de mensen.

Maar ook in ons land zijn er veel verschillende opvattingen en is respect voor wie anders is niet vanzelfsprekend. De ongenuanceerde reacties die ik op internet las, van individuen die - naar aanleiding van wat er anderhalve week geleden in Parijs is gebeurd - alle moslims hard en in grove taal veroordelen, die reacties spreken in dat opzicht boekdelen.

 

We zijn vandaag samen in het kader van de week van gebed voor de eenheid. ‘Dorst’ is het thema van onze viering. Waaruit bestaat onze dorst? 

Dorst = (volgens het woordenboek) 1 Behoefte om te drinken – 2 verlangen om iets te krijgen.

De behoefte om te drinken is voor iedereen duidelijk. Water is nodig, een eerste levensbehoefte, en heerlijk als je hebt gesport, als het warm weer is, en noem maar op. Maar hoe zit het bij ons met die tweede betekenis van het woord ‘dorst’; wat verlàngen wij echt, wat houdt ons ten diepste bezig?

Vrede / innerlijke vrede – gezondheid – aandacht / liefde – respect / erkenning – zekerheid – een goed leven – een mens om iets mee te delen – perspectief voor onszelf en volgende generaties. Dat alles is universeel. Dat is herkenbaar voor alle mensen. En toch staat de wereld bol van het onrecht en van oorlogen. Veel mensen zijn bang en voelen zich machteloos. Zeker nu  er pas weer - in Europa, vrij dichtbij en voor iedereen goed te volgen - zo’n aanslag is gepleegd.

Maar angst mag ons niet verlammen. Dus telkens weer, zeker als er akelige dingen gebeuren, is het nodig om te werken aan vertrouwen, vooral aan vertrouwen in degenen die we concreet tegen komen. Arrogantie van macht is onverdraaglijk. Wie heeft het voor het zeggen? Het recht zou toch zijn loop moeten hebben en op basis van geweld alleen mag niet worden geregeerd...

Een oneerlijke verdeling van rijkdom kan niet acceptabel zijn. Dat moet veranderen, ook als we daarvoor zelf moeten inleveren...

 

We zien dus, dat wat we als mens verlangen te krijgen in het leven, dat dat voor veel mensen gelijk is. De dorst, het diepste verlangen zijn hetzelfde. Maar daarmee zijn we er niet.

Hoe komen we tot eenheid in wat we denken en doen, in hoe we met elkaar willen leven? Twee kanten van dezelfde medaille spelen een grote rol:

1 Je openstellen voor anderen: luisteren en de ander als bron van het goede accepteren.

2 Niet schromen om je eigen diepste bron te delen, erover te vertellen.

Telkens weer naar de plek - naar de bron als locatie zou je kunnen zeggen - toegaan, waar je de kans hebt om met elkaar in gesprek te komen. Ook als het niet gemakkelijk is, van beide kanten uit proberen elkaar te bereiken.

 

Ik wil met u nu graag weer even terug naar het evangelie, naar de ontmoeting van Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron. Het gesprek tussen Jezus en de vrouw ontwikkelt zich – vanuit praktische zaken: vermoeidheid en dorst bij Jezus, geen emmer, hulp nodig - naar wat de vrouw, die ook graag beter hiervan wil worden, nodig heeft – ‘Geef mij van dat water’. En dan blijkt dat het over iets anders gaat, dan over water drinken. Er zit een diepere laag in het gesprek. Het levende water dat Jezus geven kan, zal in haar, in ons, ‘een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft’.

De vrouw signaleert snel met wie ze te doen heeft, valt mij op – een profeet? – de messias?

De boodschap van Jezus aan de vrouw gaat vervolgens niet over hemzelf, maar over het aanbidden van de Vader in geest en waarheid. Jezus verwijst naar de Vader. Dat is waar het hem om gaat. Het aanbidden van de Vader in geest en waarheid, het wil zeggen: oriëntatie van iemands hele leven en wezen naar God toe. Maar wat wordt er nu concreet bedoeld? Of moeten we daar zelf naar zoeken? Wat is waarheid? Hoe weet je of de Geest van God je inspireert? Als christen, gedoopt met water uit de ‘Bron’ heb je een basis, die kan helpen. Maar zekerheid vind je niet in boeken, zelfs niet in de bijbel, omdat het leven telkens weer anders is en er geïnterpreteerd moet worden wat alles hier en nu in onze tijd betekent. Hoe kunnen we goede conclusies trekken? De weg van gezamenlijk gebed kan een middel zijn op weg naar de bron van waarheid. In Geest en waarheid God aanbidden kun je misschien wel alleen maar als je God ook werkelijk daarom vraagt. Je bent van God en van andere mensen afhankelijk. Je kunt het niet afdwingen en je kunt het niet bewijzen. Je kunt er wel om bidden... 

 

We zoeken binnen de oecumene naar een groeiende eenheid onder christenen, maar toch zou ik het zoeken naar eenheid breder willen verstaan, omdat ik dat misschien wel veel wezenlijker vind. Niet slechts onder christenen, die al betrekkelijk veel met elkaar gemeen hebben, zoals de mensen die vandaag hier zijn – al kan dat heel waardevol zijn en moeten we daar zeker naar streven. Maar vooral in de hele samenleving. Ik zou met gelovigen en ongelovigen, christenen, moslims, joden, humanisten, boeddhisten, ja, allen die op ons pad komen, willen nagaan hoe we met elkaar de wereld leefbaarder kunnen maken. Door elkaar te blijven zoeken, elkaar te ontmoeten, door vanuit ons gezamenlijke verlangen naar een vredige wereld te blijven luisteren naar elkaar.  Jezus gaat niet voor niks door Samaria, door het land van die andere gelovigen, die Samaritanen. Hij had dat ook kunnen vermijden. Maar hij kiest een weg door dat vijandige land. En gaat in gesprek, met zo’n anders-gelovige. Een vrouw nog wel. Een vrouw die ook nog min of meer buiten haar eigen gemeenschap staat. Hij doorbreekt daarmee alle richtlijnen, ja taboes, die er zijn. En neemt de ander serieus en biedt haar aan wat hij te geven heeft.

 

Wat we in deze viering zoeken is niet een soort eenheidsworst, is ook niet saai, eerder spannend. Eenheid is moeilijk te bereiken. Eenmaal bereikte eenheid geeft veiligheid. Zoeken naar eenheid in verscheidenheid kent spanningsvelden, maar bouwt aan een goede toekomst. Ieder kan vanuit de eigen bron geven, het goede met anderen delen, maar hoeft niet helemaal hetzelfde te worden als de ander. We kunnen in alle openheid elkaar vertellen over onze eigen bron en elkaar laten voelen, laten proeven, wat ons heilig is.

 

We willen dat ook uitdrukken in een gebaar dat vertelt over onze Bron en over ons verlangen. Vanuit verschillende wortels zijn we samen, onze geschiedenis is verschillend, we kennen verschillende smaken en belevingen, ook wat ons geloof betreft. De hier samengekomen gemeenschap is immers heel divers (afkomstig van, ik noem maar, bijvoorbeeld Grevenbicht, Stadbroek, Vrangendael, en vele andere wijken van Sittard en omliggende dorpen). Zo meteen gaan we als symbool water vanuit verschillende kanten van onze gemeenschappen samenvoegen in één bron. Water mengt zich altijd. En zo zullen we van elkaar kunnen leren.

 

Elly Bus-Linssen

 

naar de vorige pagina ...